Wonen op een boot: kan dat zomaar?

Share.

Geef toe, wonen op een woonboot heeft toch wel iets romantisch en vrijgevochten. Lekker op het water dobberen, je niets hoeven aantrekken van vervelende buren, de motor van je huis kunnen starten en zomaar verhuizen, zalig toch! En dan komen we terug met onze beide voeten op de grond, want net als voor gewone woningen zijn er ook regels voor woonboten. Ze zijn alleen wat moeilijker te vinden. We bezeilden woelige zeeën om het antwoord te vinden op al je vragen. Je leest het hier.

Een ligplaats

De laatste jaren is wonen op het water steeds populairder geworden. Daardoor zijn de meeste ligplaatsen voor woonboten al bezet en kom je op een (lange) wachtlijst terecht. In sommige gevallen kan je wel een woonboot kopen met overdracht van de huidige ligplaats. Die ligplaatsen worden in Vlaanderen beheerd door waterwegbeheerders als Waterwegen en Zeekanaal nv (W&Z) en nv De Scheepvaart. Samen met de betrokken gemeentes hebben zij een aanmeerplan opgesteld. Bij hen moet je zijn voor een plaatsje.

De concessie

Een woonboot kan je kopen, maar de ligplaats huur je. De waterwegbeheerder sluit met jou een overeenkomst voor het gebruik van een bepaald stuk wateroppervlak (met eventueel een stukje oever) door een specifiek vaartuig, officieel een concessie. Voor woonvaartuigen is dat voor een duurtijd van 9 jaar. Dat je zo’n concessie niet zomaar krijgt, staat als een paal boven water.

Wat heb je nog nodig?

  • Woonboot: zonder boot, geen concessie. Heb je er geen, dan moet je er eentje aanschaffen binnen de 6 maanden na het aangaan van de overeenkomst.
  • Immatriculatie: net als voor je auto moet je boot een nummerplaat hebben, dat -heet dan wel een immatriculatieplaat. Grotere boten hebben ook een meetbrief nodig (met informatie over de afmetingen).
  • Klassecertificaat: om aan te tonen dat je schip veilig en drijfvaardig is en geen Titanic in wording, heb je het 5 jaar geldende klassecertificaat nodig. Je hoeft jezelf daarvoor niet in een duikerspak te wringen, zo’n onderzoek gebeurt op het droge.
  • Verzekering: om je in te dekken tegen schade of zinken, moet je woonboot verzekerd zijn tegen brand en burgerlijke aansprakelijkheid inclusief opzoekings- en bergingsclausule.
  • Plaatsbeschrijving: aan het begin en einde van de concessie wordt een gedetailleerde plaatsbeschrijving opgemaakt van de boot, de omgeving en eventuele constructies voor toegang tot de boot en het permanent aanmeren. Dat is eigenlijk net zoals bij het huren van een huis of appartement.

Quanta costa

Niet onbelangrijk is het kostenplaatje van zo’n concessie. De prijs is afhankelijk van de grootte van het schip, de locatie (ligt je boot dicht bij een stad of in een groene omgeving), het gebruikerstarief (welke functie zal je boot hebben) en de ligplaats (zijn er bijvoorbeeld nutsvoorzieningen inbegrepen). Ook voor je ligplaats moet je een waarborg betalen. Die dekt de eventuele schade die het schip veroorzaakt aan de infrastructuur. Om je een idee te geven van de prijs van zo’n waarborg, bij het agentschap Waterwegen en Zeekanaal betaal je € 2.500.

Je domicilie aan de kaai

De aangrenzende kaai van jouw nieuwe woning, mag je niet zomaar als de jouwe beschouwen. Hier een tuintje aanleggen of een fietsenrek neerzetten is een no-go, een brievenbus kan eventueel wel. Wil je een poortje plaatsen in de reling dan kan je dat aanvragen bij de wegbeheerder of de lokale gemeente.

En bij die gemeente moet je ook gedomicilieerd zijn als jouw woonboot een permanente ligplaats heeft en je hier vast verblijft. Je wordt in dat geval ingeschreven op de naam van het dok waar je boot ligt en op het bijbehorende kaainummer (of op de naam van de aanpalende straat). Verplaats je je mobiele woning wel, dan wordt het adres waar je minimum 6 maanden per jaar verblijft, gebruikt. Voor landrotten die altijd het ruime sop kiezen, is er het referentieadres (een adres waar een andere persoon gedomicilieerd is).

Elektriciteits- en watervoorzieningen, riolering, internet

Hoe doe je dat op het water? Bij sommige ligplaatsen worden de nutsvoorzieningen geïnstalleerd door de waterwegbeheerder of de gemeente. Die worden vervolgens doorgerekend aan de bootbewoners. Aansluiting op de riolering gebeurt, in tegenstelling tot in Nederland, bij ons niet. Indien er geen voorzieningen aanwezig zijn, neem je best contact op met de leveranciers en je gemeente, want het is niet altijd evident om een aansluiting te krijgen.

Lening, premies en belastingen

In tegenstelling tot een huis, is een woonboot in België geen onroerend maar een roerend goed. Dat komt omdat de boot te (ve)r(v)oeren is. Het voordeel hiervan is dat je geen kadastraal inkomen hoeft te betalen en dat je woning dus ook niet onderworpen is aan onroerende voorheffing. Maar het betekent ook dat je uit de boot valt als je rekende op een renovatiepremie voor je waterwoning. Sinds 2012 kan je de aankoop van een woonboot registreren met als voordeel dat je bij de banken interessantere financieringsvoorwaarden kan krijgen. Toch staan niet alle banken te springen om een lening voor een woonboot toe te kennen. Informeer je dus best vooraf om niet voor verrassingen komen te staan.

Je merkt het, er komt heel wat meer kijken bij het wonen op een woonboot dan alleen je boeltje pakken en inschepen. Met de hulp van de waterwegbeheerders zoals Waterwegen en Zeekanaal nv (W&Z) en nv De Scheepvaart en de bootbewonersorganisatie het Woonschepencollege kom je al een heel eind. “Aye Matey!”

Met dank aan:

Auteur: KP

Share.

2 Comments

  1. Pingback: Wonen op het water | Huisje Tuintje Boompje

  2. Wim Lammens on

    huizenprijzen x 7 op 30 jaar, lonen x1.7. Het zijn zotten die kopen en niet alleen zie die werken lijkt mij een mooie aanvulling op het gekende liedje

Leave A Reply