Hier wonen ze samen met 23(!) gezinnen

Share.

Samenwonen op een site met meerdere koppels en gezinnen? Het lijkt niet zo vanzelfsprekend, maar de woonvorm wordt best wel populair. Pioniers Joost Callebaut en Mia Vranken van het cohousingproject De Okelaar blikken terug waarom ze deze stap hebben gezet.

Ooit bruiste het van het leven in een oud dorpsklooster en een kleuter- en lagere school in Wolvertem bij Meise. Nadat de zusters vertrokken waren en ook begin jaren negentig ook de school haar deuren sloot, stonden de gebouwen te verkommeren. Dankzij initiatiefnemers Joost en Mia heeft de site haar vergane glorie van weleer teruggevonden. “Samen wilden we deze uitdaging aangaan”, blikken Mia en Joost terug.

Geen duidelijke wetgeving

De gebouwen en de site zijn in 2012 aangekocht door een coöperatieve vereniging, samen met enkele privé-investeerders. Op financieel en juridisch vlak was het absoluut geen lachertje om met het cohousingproject van start te gaan. Tot op vandaag is het wettelijk kader niet eenduidig. Er bestaan nu nog altijd geen standaarden of modellen, zo weet Joost.

De Okelaar telt 23 wooneenheden. Eentje staat nog te koop. Voor de berekening van de verdeling van de kosten van aankoop en verbouwing van de site werden een aantal parameters in acht genomen. “We keken naar de grootte van de woning, het volume, maar ook of die gesloten is of drie gevels heeft. Ook berekenden we de kostprijs voor de verbouwing van het paviljoen waar de gezamenlijke ruimten zijn ondergebracht”, licht Joost toe.

Het koppel nam zijn intrek in één van de klasruimten die ze voorlopig konden bewonen. Een hoofdaannemer om de verbouwingswerken te trekken, was er niet. Binnen de coöperatieve vereniging fungeerde een werkgroep als werfcoördinator. Zij kwamen wekelijks samen om de verbouwing aan te sturen.

Hulp van iedereen

De bewoners van De Okelaar zijn erg verschillend: van alleenstaanden en een hoogbejaard koppel tot een gezin met drie kinderen. “Het mooie is dat iedereen elkaar kan bijstaan waar hulp nodig is. En dat gebeurt ook. Oudere mensen kunnen de kindjes van school halen, de jongeren kunnen hen met een moeilijke huishoudelijke klus helpen”, geeft het koppel als voorbeeld.

De woningen zijn verbouwd met intergenerationele insteek. Ze zijn dan ook rolstoeltoegankelijk en flexibel ingedeeld, wat maakt dat je er levenslang kan wonen. Aan privacy hoef je overigens niet in te boeten. Joost: “Elk wooneenheid beschikt wel degelijk over privéruimten zoals een leefruimte, badkamer en keuken. Deze woning is zeker ook ruim genoeg. Daarnaast kunnen de bewoners terecht in gemeenschappelijke ruimten, met als doel er elkaar te ontmoeten. Zo is er wekelijks een gezamenlijk diner waarbij er steeds een andere chef-kok is. Elke bewoner die rond de tafel zit, geeft een bijdrage. Een wasmachine is niet nodig. Een wasje draaien kan in de wasruimte, aan 1 euro per was- en droogbeurt. Verder zijn er ook een grote eetruimte en polyvalente ruimte, twee gastenkamers, een thuiskantoor, winkelruimte en atelier. Ook architecturaal wordt er op ontmoeting ingespeeld: zo geven de voordeur van elke unit uit op de binnentuin.”

Minder vereenzaming

Het cohousingproject eindigt ook niet op de stoeprand. “Elke dertiende van de maand zijn buurtbewoners welkom om er samen te komen eten. Net dit buurtgevoel creëren zien mijn partner en ik als grootste troef. Met nog meer cohousingprojecten zal de vereenzaming in de samenleving verminderen”, aldus Joost.

Ondanks het einde van het bouwproject in zicht is, blijft Joost dromen koesteren. “Ontmoeting tussen de bewoners creëren is een blijvende uitdaging. Binnenkort richten we onze binnentuin in. We zouden het fijn vinden er een bakhuis in te richten. We willen ook nog graag een cafeetje inrichten en een winkeltje openen.”

Heb je interesse?

Sta je zelf open voor deze woonvorm en overweeg je om in een cohousingproject te stappen? Neem dan een kijkje tussen de bestaande projecten of start zelf het initiatief. Meer info vind je op www.samenhuizen.be

Auteur: KC

Share.