Deze uitdaging zorgde voor een prachtig eindresultaat

Share.

In tijden van inbreiding en rest-percelen heb je inventieve architecten nodig om op een moeilijke bouwgrond een aangename woning te bouwen met een bijzonder ruimtelijk gevoel.

“Het leek een onmogelijk perceel,” zegt Thomas Leplat, die samen met zijn echtgenote Brenda Callens dit bijzondere huis liet bouwen in het West-Vlaamse Anzegem. Thomas is zelfstandig tuinarchitect, Brenda werkt als maatschappelijk werkster voor een CLB.

“Ik droomde altijd van een boerderijtje of een groot stuk grond”, mijmert Thomas. “Maar dat is onvindbaar in Vlaanderen, of onbetaalbaar. Deze bouwgrond werd me getipt door een bevriend makelaar. Het heeft een mooie totaaloppervlakte van 2.100 m2, maar is heel smal aan de straatkant. Bovendien waren we verplicht om 3 meter afstand te houden van de oude kasteelmuur die het perceel begrenst. De eerste keer dat ik hier voorbijreed, ben ik gewoon doorgereden.”

De makelaar was echter vastberaden om het reststuk te verkopen en liet een architect een ontwerp maken om te tonen dat er wél wat aan te vangen viel met het perceel. “Dat overtuigde ons,” zegt Thomas. “En bovendien raakte ik geïntrigeerd door de geschiedenis van de Kerkdreef, de straat waaraan de bouwgrond gelegen was. Uit gravures van 300 jaar oud blijkt dat de geknotte zomereiken hier toen al stonden. Ze vormen een uniek stuk erfgoed in Vlaanderen.”

 

Ruw & strak

De omgeving is inderdaad bijzonder. De overkant van de straat is onbebouwd en als parkgebied ingekleurd. De woning Leplat-Callens bevindt zich op een breekpunt in de straat. Links van het pand vind je een villa in cottagestijl, verderop de restanten van een oude textielweverij, ondertussen verbouwd tot lofts. Aan de andere kant, richting kasteel Beukenhof, bestaat de dreef uit burgerhuizen met eenvoudige gevels. Alleen dit reststuk met zijn rare vorm kwam nooit op de markt.

“We moesten een architect vinden die de beperkingen van het perceel kon ombuigen in iets positiefs”, zegt Thomas. “We bezochten al verschillende Openhuizenweekends van Mijn Huis Mijn Architect”, vervolgt Brenda. “In Mullem viel ons een huis van Graux & Baeyens architecten op waar ze zigzagden met kubussen. We vermoedden dat deze architecten ook voor ons een goede oplossing zouden voorstellen.”

De briefing was erg gedetailleerd, zegt Thomas. “We hadden vier à vijf pagina’s uitgeschreven met onze belangrijkste eisen. Dat was even slikken voor de architecten. (lacht) Belangrijk was onder andere mijn thuiskantoor, dat een plek moest worden waar ik klanten kan ontvangen. We wilden ook geen klassiek patroon met enkele plaatsen achter elkaar, maar meer geleding in de ruimte. En een binnentuintje. Het allerbelangrijkste was contact met de tuin door grote raampartijen.”

“Uit onze zoektocht naar een boerderijtje hadden we ook het verlangen overgehouden om ruw en strak te combineren”, stipt Brenda aan. “We zochten een combinatie van minimalisme en gezelligheid.”

Kubussen

Op plan oogt de woning erg conceptueel, als een combinatie van twee rechtopstaande balken met daarachter een kubus. De kubus achteraan is het salon, extra gezellig gemaakt met een gashaard. De ruime is een beetje verzonken. De goede oude zitkuil lijkt terug van weggeweest.

“In het eerste ontwerp waren de kubussen driehoeken”, vertelt Brenda. “Dat zagen we echt niet zitten. Maar in het tweede ontwerp viel alles in de plooi. Zo is de doorstroming heel geslaagd. Bij het binnenkomen heb je direct een scheiding tussen zakelijk en privé, maar door de schuifdeur kan je van de ruimte toch één geheel maken. ”

“Door zelf een aantal dingen te doen, hebben we wat meer geld kunnen uitgeven aan de inrichting”, zegt Thomas. Hij wijst op de elegante muurhoge kastdeuren die alle keukenapparatuur verbergen, het mooie keukeneiland, de ambachtelijke tegeltjes (Hollandse witjes) op de spatwand. Ook de keukeninrichting is trouwens van de hand van de architecten.

Materialen

Hebben de architecten alle items uit het verlanglijstje van Brenda en Thomas kunnen aanvinken? Ruw en strak, gezellig én minimalistisch: het plaatje klopt. De betonnen gietvloer contrasteert mooi met de gerecycleerde bakstenen. Het buitenschrijnwerk in wit aluminium is bewust onaf gelaten, zonder afwerkprofielen. Het licht stroomt binnen en het zicht op de – voorlopig onaffe – tuin is onbelemmerd. Dat dankzij de ramen in de zitkuil en de keuken die hoger zijn dan het plafond, net zoals in het programma van het koppel was gevraagd.

De plafonds bestaan uit ruwe betonblokken. Grote deuren geven een extra ruimtelijk gevoel: de pivoterende voordeur is een eyecatcher. De houten schuifdeur tussen het zakelijke en privégedeelte verdwijnt volledig in de wand.

De betonnen trap, die ter plaatse gegoten werd, brengt ons naar de eerste verdieping met twee slaapkamers, een master bedroom met dressing, een wc en een badkamer. In de badkamer valt licht binnen door een groot dakraam. De muren in mortex voelen aangenaam aan.

De tuin is het volgende project voor het koppel. Halverwege verrijst een tuinhuis (getekend door dezelfde architecten) met overdekt terras. Thomas maakt al plannen voor een mooie tuinaanleg die als een visitekaartje voor zijn bedrijf moet fungeren. “Maar achter het tuinhuis wordt het een wilde tuin. Ik heb geen zin om elke week het gras te maaien.”

 

Missing link

Wat vertelt deze realisatie over de manier waarop Graux & Baeyens architecten te werk gaan?

Bastile Graux: “Er zijn eigenlijk twee grote stromingen in de hedendaagse Vlaamse architectuur. Enerzijds zie je veel blinde gevels, huizen die zich aan de straatkant afkeren van de omgeving om dan achteraan helemaal open te zijn richting tuin. We zien onze projecten als een kans om met architectuur mensen te verbinden. We begrijpen de vraag naar privacy en houden daar uiteraard rekening mee, maar het is toch ook leuk om naar een voorbijganger te kunnen zwaaien vanuit het keukenraam, om de kinderen te zien thuiskomen. Wij beschouwen wat wij doen als een soort van bottom up city planning. En alhoewel bouwheren vaak meer gefocust zijn op hun eigen project dan op interactie met de buurt, staan ze doorgaans wel open voor architecturale suggesties die de sociale cohesie kunnen bevorderen.”

Koen Baeyens: “Wij kijken dus nooit enkel naar het perceel op zich, maar altijd naar de ruimere context. Dit perceel bevindt zich op een overgang van lintbebouwing naar vrijstaande bebouwing en vormt daarmee een missing link tussen beide. Vanwege de vorm van het perceel hebben we ervoor gekozen om de voorgevel als een zijgevel op te vatten, waardoor de zijgevel een soort façade aan de zijkant is geworden die de dialoog met het bakstenen tuinmuurtje aangaat.”

Claustra

Het grondplan ziet er op zijn minst onorthodox uit. Ter plaatse lijkt de woning daarentegen juist heel logisch en natuurlijk in mekaar te passen. Hoe verklaar je dat? “Wij stappen wel vaker af van de inplanting die gedicteerd wordt door de straat of de perceelsgrenzen”, zegt Koen Baeyens. “We durven de kamers te roteren en op een verrassende manier terug samen te brengen. Door in dit ontwerp een van de kubussen in het grondplan 45° te draaien en de hoekpunten met elkaar te verbinden, zorgen we voor een vlotte circulatie zonder dat je een gang nodig hebt en creëren we aparte ruimtes die toch met elkaar verbonden zijn. En we maken maximaal gebruik van de ongewone vorm van het perceel en de beschikbare ruimte. Kijk maar naar de driehoekige trappenhal: compacter kan je die niet maken.”

Een ander stijlkenmerk van het bureau is het occasionele gebruik van metselwerk in claustraverband of Braziliaans verband, waarbij gevelstenen enkel met de uiteinden op elkaar rusten. Zo ontstaan openingen die een massieve gevel een meer transparant verband geven. In de woning Leplat-Callens werd het claustraverband gebruikt voor een raam in de dressing en een in de kinderkamer. Bastile Graux legt uit: “Het is een mooi accent om mee te spelen en het is ook functioneel voor plekken waar je een raam wilt voor verluchting, maar tegelijk ook privacy wilt garanderen. Je zou ook voor matte ramen kunnen opteren, maar daar zijn we geen fan van.”

Tuingebouw

Als er een klik is met de bouwheer, is het leuk om nog een vervolgproject te bouwen, zoals in dit geval het tuinhuis. “Het tuingebouw past bij het hoofdgebouw zonder er een kopie van te willen zijn,” zegt Koen Baeyens. “Als er een ding is dat je bij dit soort vervolgprojecten moet vermijden, is het wel de spreekwoordelijke brievenbus gebouwd met het overschot van de stenen.”

 

Architect: Graux & Baeyens architecten www.graux-baeyens.be

Bron: Onderdak

 

Share.

Leave A Reply