Een woning kopen wordt niet goedkoper. Steeds vaker zijn mensen daarom geïnteresseerd om een wijk of gebouw met anderen te delen. Is het allemaal rozengeur en maneschijn, of toch eerder bezint eer ge begint? Wij wijzen je de weg in de wereld van cohousing.
Wat houdt cohousing exact in?
We hebben allemaal wel eens gehoord over ‘samenhuizen’. Zo kan je kiezen om te gaan wonen in een woongroep of een gemeenschapshuis. Een andere vorm van samenhuizen is kangoeroewonen, een vorm waarbij je bijvoorbeeld een huis of deel ervan deelt met je ouders. In dit artikel hebben we het over cohousing, wat onder een geheel andere categorie valt en niet verward mag worden met samenhuizen of -wonen.
Waar co-wonen nog louter het delen van een tuin of gereedschap is, gaat cohousing verder en is er minstens één leefruimte – zoals de keuken en/of eetruimte – gemeenschappelijk. Zo wordt een cohousingproject vaak omschreven als bestaande uit 8 tot 40 uitgeruste privéwoningen met een eigen keuken en badkamer, met daarnaast uitgebreide gemeenschappelijke voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een ontspanningsruimte.
De voordelen van cohousing
In een cohousingwijk of -gebouw wonen, kent meestal een positief financiële en sociale keuze. Je geniet daarnaast nog van heel wat andere voordelen:
- Je kan genieten van wat je buren hebben. Zo kan je bijvoorbeeld gebruik maken van hun gereedschap, in ruil voor datgene wat jij in huis hebt liggen. Sharing is caring!
- Veiligheid: omdat er meerdere gezinnen in een wijk of gebouw gehuisvest zijn, is er meer sociale controle. Ideaal voor de ouderen onder ons.
- Cohousing verruimt je blik, want het is voor alle leeftijden. Het kan dus best zijn dat je -bijvoorbeeld als jong koppel- in hetzelfde gebouw of dezelfde wijk woont met een bejaard koppel of met alleenstaanden.
- Terwijl je zou denken dat in een open gemeenschap de privacy een issue is, wordt ieders privacy gewaardeerd.
De nadelen van cohousing
Ondanks het feit dat je met bovenstaande voordelen echt kan kiezen om cohousing te overwegen, zijn er bepaalde punten die je zeker niet over het hoofd mag zien. Want zoals met elke woonvorm, is niet alles zomaar rozengeur en maneschijn.
- Soms kunnen gemeenschappelijke kosten toch duur uitvallen. Zo is het mogelijk dat je moet mee delen in kosten waar je zelf geen gebruik van maakt, zoals een hobbyruimte of coworkingsruimte.
- Cohousen vraagt toewijding, want maandelijks wordt er minstens één keer vergaderd over vrij zware thema’s zoals juridische, technische, financiële aangelegenheden. Daarbij moet/mag je over alles meebeslissen en dat kan belastend zijn.
- Je koopt niet altijd een pasklare woning. Nieuwe cohousing projecten kosten tijd en energie. Zo ben je betrokken van masterplan, naar voorontwerp, naar bouwaanvraag, de uitvoeringsplannen, de aanbesteding en ten slotte de bouw en/of oplevering. Ook dat kan intensief zijn voor sommigen, maar hoeft voor velen geen struikelblok te vormen.
Cohousen, iets voor mij?
Uitstekende vraag! Uit onze rondvraag blijkt dat een typische cohouser niet bestaat. Cohousers hebben elk hun reden om in een cohousing project te stappen: zo kiest een alleenstaande bijvoorbeeld voor cohousing omwille van het gezelschap, ziet een jong koppel met kinderen voordelen in huisgenoten als potentiële babysit en kan een ouder koppel volop genieten van het jeugdig geweld dat af en toe een handje kan toesteken of boodschappen kan gaan doen. In deze tijden wordt het ook als een extra surplus gezien dat de kosten voor reparaties worden gedeeld. Een tip: cohousing is een wisselwerking die je best op voorhand kan uitstippelen voor een vlotte en aangename ‘samenwerking’.
Wat als je je deel wilt verkopen? Dan heb je daar als eigenaar het volste recht toe. Er moet – net zoals in een appartementsgebouw – wel een basisakte worden ondertekend door de nieuwe koper waarin enkele standaardregels staan. Als de koper daarmee akkoord gaat, kunnen de andere cohousers geen bezwaar aantekenen.