Een huurwoning brengt meer kosten met zich mee dan alleen de maandelijkse huur. Maar welke kosten zijn voor de huurder en welke zijn voor de verhuurder? Het onderscheid tussen onderhoud, kleine herstellingen en grote herstellingen zorgt daarbij regelmatig voor verwarring.
Een handig overzicht.
Welke kosten zijn voor de huurder?
Als huurder ben je verantwoordelijk voor het dagelijkse gebruik en onderhoud van de woning. Je moet de woning als een goede huisvader – of beter: als een goede huurder – gebruiken en verzorgen.
Nutsvoorzieningen
De kosten voor het water-, gas- en elektriciteitsverbruik zijn in principe voor rekening van de huurder. Ook andere individuele verbruikskosten, zoals internet of televisie, betaalt de huurder zelf.
Of bepaalde kosten afzonderlijk worden aangerekend of via een voorschot of forfait worden betaald, staat in het huurcontract.
Kleine herstellingen
Ook kleine herstellingen die het gevolg zijn van normaal gebruik zijn doorgaans voor de huurder. Denk bijvoorbeeld aan:
- een loszittende deurklink;
- het vervangen van een lamp of zekering;
- een verstopte afvoer door verkeerd gebruik;
- klein onderhoud aan kranen of sloten.
Schade die door de huurder zelf, zijn huisgenoten of bezoekers wordt veroorzaakt, kan eveneens voor rekening van de huurder komen.
Tip: maak bij de start van de huur een goede plaatsbeschrijving. Zo is duidelijk in welke staat de woning zich bij de intrek bevond en kunnen discussies over schade achteraf worden vermeden.
Onderhoud
De huurder staat ook in voor het normale onderhoud van de woning. Denk aan het schoonmaken van de woning, het onderhouden van de tuin wanneer dat contractueel tot de verantwoordelijkheid van de huurder behoort en bepaalde periodieke onderhoudstaken.
Let wel: niet elk onderhoud is automatisch voor de huurder. Voor sommige installaties gelden specifieke wettelijke of contractuele regels.
Welke kosten zijn voor de verhuurder?
De verhuurder moet de woning bij de start van de huur in goede staat ter beschikking stellen. Ook tijdens de huurperiode blijft hij verantwoordelijk voor de grote herstellingen en herstellingen die niet het gevolg zijn van het gebruik door de huurder.
Voorbeelden zijn:
- een ernstig probleem met het dak;
- structurele problemen aan de woning;
- een defecte verwarmingsinstallatie door slijtage;
- een lekkage door een versleten leiding;
- schade aan ramen of andere onderdelen door bijvoorbeeld een storm.
Kort gezegd: normale slijtage en ouderdom zijn in principe niet voor rekening van de huurder.
Daarnaast betaalt de eigenaar de onroerende voorheffing. Die belasting kan niet zomaar aan de huurder worden doorgerekend.
En hoe zit het bij een appartement?
Bij een appartement komen daar nog gemeenschappelijke kosten bij. Denk aan het onderhoud van de inkomhal, lift, tuin, verlichting of andere gemeenschappelijke delen.
Wie deze kosten betaalt, hangt af van de aard van de kost. Kosten die verband houden met het gebruik en het normale onderhoud van de gemeenschappelijke delen kunnen ten laste van de huurder vallen. Kosten voor grote herstellingen, investeringen en structurele werken zijn doorgaans voor de eigenaar.
Ook kosten voor de syndicus moeten correct worden opgesplitst volgens de toepasselijke regelgeving. Ze kunnen dus niet zomaar allemaal aan de huurder worden doorgerekend.
Hoe worden de kosten afgerekend?
Gemeenschappelijke kosten en bepaalde andere kosten kunnen op verschillende manieren worden aangerekend. Vaak gebeurt dat via:
- een forfaitair bedrag per maand; of
- een maandelijkse provisie, gevolgd door een jaarlijkse afrekening op basis van de werkelijke kosten.
Welke methode wordt gebruikt en welke kosten kunnen worden doorgerekend, moet duidelijk blijken uit het huurcontract.