Julien De Smedt is een internationale architectuurster. Van Oslo tot Istanbul, over Rijsel tot Kopenhagen: overal gaan ze overstag voor het werk van JDS Architects. Meerdere awards staan reeds te prijken in zijn kast. Hij verdeelt zijn dagen vooral tussen Brussel, Kopenhagen en New York. Maar in zijn omgebouwde industriële loft in Brussel, daar komt hij pas echt tot rust. De loft was voorheen een metaalfabriek, en werd tien jaar geleden gerenoveerd tot industriële loft door BOB361 architecten. Julien De Smedt woont er nu zo’n vier jaar in. Of jullie een kleine blik in zijn loft mogen werpen? Bij deze!
“Ik ben zoveel op de baan, verblijf zoveel in hotels en restaurants, dat ik echt kan genieten van het koken wanneer ik hier ben”, aldus De Smedt. In de open keuken werden stalen rolkarretjes van Ikea gebruikt als keukeneiland. Een ideetje gepikt van een vriend in New York. “Achteraf bleek dat je deze karretjes ook bij restaurantgroothandels in de Bowerywijk in Manhattan kan vinden. Had ik het eerder geweten, ik had er wat meegenomen”, lacht De Smedt. De gordijnen van polypropyleen worden door het Zweedse leger ook al eens gebruikt als wintercamouflage.
In de woonkamer: een ouderwetse zitzak, een “Other One”-stoel van Leif Jorgensen voor Hay met designkussen van Candice Enderlé voor Cojinudo, en twee loungestoelen van Patricia Urquiola voor Moroso. Maar wat vooral opvalt: de vele rekken tegen de hoofdmuur. “Een collectie van oude kasten en rekken die ik van mijn familie heb verzameld toen mijn grootvader en moeder zijn overleden. Een ware inspiratiebron voor mijn designwerk voor Muuto, dat hier ook in is verwerkt. Let vooral ook op het gestipte Pinokkio-tapijt, eveneens door het Deense Hay. Een loft waarin niet enkel rust wordt gepredikt: er worden vaak feestjes georganiseerd. Elk jaar in het begin van de zomer gooien alle lofts van het gebouw hun deuren open, goed voor een feestje waar maar liefst 1000 man op afkomt. “Ik heb zelfs eens een zwembad laten installeren op mijn terras voor zo’n feestje”, vervolgt De Smedt.
“Mijn appartement in Brussel is echt zeer architecturaal, met al dat beton. Het verbaast me dat niet meer mensen fan zijn van het materiaal: het is zeer praktisch, geeft – wanneer juist gedaan- een warme gloed aan je interieur en je maakt het proper in ongeveer twee seconden.”, aldus De Smedt over zijn robuuste interieur.
Julien: “Zoals je kan zien in mijn eigen architectuur, zijn binnen en buiten altijd zeer verbonden. Als ik thuis ben, en het weer is goed, dan gooi ik alle ramen open om er één grote ruimte van te maken. Onder de eettafel, op maat gemaakt door een vriend van me, staan wieltjes. Zo kan ik ze gemakkelijk naar buiten verplaatsen.” Ook opvallend: de kleurrijke stoelen, verzameld bij Ikea, Hay en Brocéliande in Brussel.
Zonnebaden in huis? Waarom niet! “In de ochtend valt de zon binnen op het kleine terras aan de keuken. Ontbijten en thuis werken aan de eettafel in het zonnetje, zalig.” In de zomer wordt de tafel buitengezet. “En op heldere avonden, trek ik naar boven. Door mijn dakraam kijk ik dan naar de sterren. Dat dakraam verandert het interieur echt. Wat verlichting van aan de buitenkant erop plaatsen ’s avonds, en het is net alsof er daglicht binnenvalt!”
Qua groen is het eerder beperkt in de loft. “Ik heb veel cactussen, daar is niet zoveel werk aan”. Maar, geïnspireerd door de serre bij de buren, sluit De Smedt af: “Mijn volgende project, dat wordt het omvormen van mijn terras tot een oase. Met klimop!”
Foto’s: Julien De Smedt Architects




