Het kleine wonen kent een groot probleem

Share.

Wonen op een minimale oppervlakte in een ‘tiny house’, er valt heel wat voor te zeggen. Al denkt de wetgever daar soms anders over.

Ontzettend populair zijn ze tegenwoordig, tiny houses: regelmatig zie je ze verschijnen in kranten, tijdschriften, op televisie, en ook uit de sociale media zijn ze niet weg te branden. Echt vreemd is dat niet, want ze zien er vaak zeer fotogeniek uit. Bovendien oogsten deze minihuisjes bewondering omdat ze zo ingenieus gemaakt zijn: er wordt getoverd met ruimte, zodat je kan wonen op de oppervlakte van een gemiddelde slaapkamer, waar zowaar een keuken, badkamer, eet-, zit- en slaapruimte in passen. Een poppen-huis voor echte mensen als het ware, met vaak ook de charme van zo’n speelgoedhuis. Wie dacht ook alweer dat het ‘Tiny’-huisjes waren, naar die oude kinderboeken? De vergelijking is niet eens zo vergezocht.

Zorgeloos leven

Ook omdat ze soms op wielen staan, houden tiny houses de belofte van vrijheid in zich: is je leven op een bepaalde plek niet meer wat het moet zijn, dan versleep je je huis gewoon naar verre horizonten. In een oogwenk weg van alle gedoe. Met zo’n gigantisch bakstenen onding waar de meesten van ons in wonen, is dat wel even anders.

Thomas leeft met zijn vrouw Anne én hun twee kleine kinderen in een tiny house. Hij ziet nog een andere vorm van flexibiliteit: “Als de kinderen groter worden, hebben we verschillende opties: we kunnen er een extra huisje bij zetten, we vervangen dit exemplaar door een groter, of we zetten een ‘echt’ huis. We hebben deze woning dan wel zelf gebouwd, maar we hangen er niet aan vast.”

Vrijheid lijkt dus een cruciaal element in het appeal van de tiny houses, en daar speelt ook de lage kostprijs in mee. Een afgewerkt tiny house heb je al voor 50.000 à 60.000 euro, en voor ongeveer de helft van die prijs bouwt een iets of wat handige Harry zijn huisje zelf. Thomas werkt zelf deeltijds, als onderaannemer voor Tiny House Belgium, ’s lands bekendste constructeur van de kleine huisjes: “Als je geen lening hoeft af te betalen, kun je kiezen hoeveel je werkt. Onlangs was het nog in het nieuws: veel mensen zitten tegen een burn-out aan. Dat komt mede doordat ze een dure woning en een lening hebben, en dus niet minder kunnen gaan werken of verdienen, ook al mochten ze dat willen. Wij kunnen dat zonder probleem.”

Zuinig en knus

Bovendien betekent leven op een kleine oppervlakte dat je maar een fractie van de energiekosten hebt in vergelijking met een gewone woning. Het elektriciteitsverbruik van Thomas zijn gezin is ongeveer een vijfde van het Vlaamse gemiddelde, verwarming met een elektrisch infraroodpaneel inbegrepen. Thomas: “Mensen denken vaak dat dit iets is als een caravan: van lage kwaliteit, slecht geïsoleerd… Maar in feite is dit een volwaardige woning in het klein, prima geïsoleerd.”

En wie weinig ruimte heeft, denkt wel twee keer na vooraleer hij al die spulletjes waar onze winkelstraten van uitpuilen naar zijn hol begint te slepen. “In het begin was het even wennen, dat ontspullen”, zegt Thomas. “Maar nu ervaren we het vooral als rustgevend.” Bye-bye consumptiemaatschappij dus, en bye-bye wurgende hypotheek en torenhoge energie- en waterfacturen. Niet veel nodig hebben, het geeft je misschien wel meer vrijheid dan de lotto winnen.

Heerlijk toch? En het sprookje gaat maar door. Want net door dat lage verbruik zijn veel van die tiny houses zijn dan ook nog eens zelfvoorzienend. Je kunt er met andere woorden mee off the grid gaan: los van elektriciteit-, gas- en waterleiding. De weinige elektriciteit die je nodig hebt, stroomt van de zonnepanelen op je dak, voor verwarming volstaat een klein en zuinig hout- of pelletkacheltje, en water vang je op en zuiver je zelf. Knus is het ook, want dat is nog een voordeel van zo’n minihuisje: “We zijn veel en graag samen”, zegt Thomas. En of dat zo’n verschil is met een gewoon gezin? “In de winter kruipen zelfs mensen met een groot huis ’s avonds warm bijeen in de living, op dat moment gebruiken zij eigenlijk 90 procent van hun woning niet.”

Tiny probleempje

Wat dan met de privacy? Het is een begrijpelijke vraag, waar Thomas het toch een beetje van op zijn heupen krijgt. “Wij zijn pioniers, mensen die tegen de normale gang van zaken ingaan. En het is best vermoeiend om je daar constant voor te moeten verantwoorden. Aan iemand die een kast van een huis zet, stellen ze nooit de vraag: ‘Is het niet te groot?’ Privacy heeft voor ons minder te maken met ruimte dan met tijd: ’s avonds als Anne en de kinderen naar bed zijn, heb ik bijvoorbeeld wat tijd voor mezelf, en ’s morgens als ik ons dochtertje naar school breng, heeft mijn vrouw dan weer haar privémomentje. Van die korte tijd alleen, en zo zijn er altijd wel momenten verspreid over de dag, kunnen we heel erg genieten.”

Alles happy happy dus op het tiny houses-front? Niet helemaal. Want er is één ‘tiny’ probleempje: in België mag je er eigenlijk niet echt in wonen. Thomas: “We zitten met een verouderde wetgeving, de Wooncode, die een minimale oppervlakte voorschrijft, en daar komen deze huisjes niet aan. De wet is bedoeld als bescherming tegen huisjesmelkers die mensen in al te benepen panden zouden willen stoppen, maar houdt geen rekening met goed gebouwde tiny houses met alle comfort waar de bewoners zelf voor kiezen.” Een bouwvergunning krijg je er dus niet voor. Op een bouwgrond zetten mag wel (net zoals een caravan), op voorwaarde dat je daar een ‘echt’ huis aan het bouwen bent en je maar een paar maanden in je kleine woonst blijft. In de tuin van pa en ma dan maar? Daar mag je je huisje wel parkeren, maar erin wonen meestal niet. Probleem is dat de wetgeving heel wat hiaten en grijze zones kent. Afhankelijk van de goodwill van de buren en de lokale reglementering kun je wellicht vele jaren ongestoord in je kleine huisje wonen. Maar loop je bijvoorbeeld tegen de verkeerde ambtenaar aan, riskeer je heel wat gedoe. Toch wel een flinke donderwolk dus aan de tiny house-hemel.

Share.