Een huurwoning verbouwen, mag dat zomaar?

Share.

Stel: je huurt een appartement of huis, maar de badkamer is volgens jou aan vernieuwing toe, of je zou de ouderwetse ramen in de keuken graag vervangen door een groot schuifraam. Mag je dan zomaar beginnen verbouwen? Wat zegt de wet daarover? En hoe beïnvloedt dat je contract? We zochten het uit.

Laat ons om te beginnen het volgende duidelijk maken: het gaat in dit artikel over verbouwingen of renovaties die niet noodzakelijk zijn, en dus niet over herstellingen van bepaalde gebreken. Wil je daar meer over weten? Dan vind je hier het antwoord.

De basisregels

Wil je je huurwoning verbouwen of aanpassen buiten de noodzakelijke redenen om – omdat je niet helemaal tevreden bent over de woning, of omdat je denkt dat bepaalde dingen beter kunnen – dan mag dat, als je speelt volgens de regels.

Er zijn twee belangrijke regels waar je je als huurder aan moet houden:

  • De bestemming én de structuur van het gebouw moeten hetzelfde blijven. Muren uitbreken of ruimtes vergroten, mag dus niet.
  • Je moet de woning aan het einde van je contract kunnen herstellen in de oorspronkelijke staat, zoals beschreven staat in de plaatsbeschrijving.

De veilige optie: het huurcontract

Hoewel je voor werken die aan deze regels voldoen in principe geen toestemming van je verhuurder nodig hebt, raden we je aan om alles toch vast te leggen in je huurcontract. Dat kan op voorhand, voor je de huur afsluit, of met een addendum als het huurcontract al loopt. Daarin kan je vastleggen wat de werken inhouden, wie ervoor betaalt én wat er gebeurt als het contract afloopt of beëindigd wordt.

Omdat er voor dit soort situaties eigenlijk geen wettelijk kader bestaat, en zelfs juristen elkaar tegenspreken, is het slim om duidelijke onderlinge afspraken te maken -door bijvoorbeeld aan te geven dat er geschilderd mag worden in een beperkt aantal kleuren- en ze vast te leggen. Zo komen zowel de huurder als de verhuurder niet voor verrassingen te staan.

Niets geregeld in het huurcontract?

Als werken niet vastgelegd zijn in een contract, ontstaat er vaak discussie over de betaling en over wat er gebeurt met de werken als de huurder vertrekt. In dat geval zijn er twee situaties:

  • Wegneembare werken (bijvoorbeeld een vast tapijt over een andere vloer): je kan als huurder kiezen om de ruimte in de oorspronkelijke staat te herstellen of om ze zo achter te laten. De verhuurder heeft hier wel het laatste woord: als die het vast tapijt bijvoorbeeld weg wil, moet je het als huurder meenemen. Wil hij het houden, dan kunnen jullie onderling een vergoeding afspreken voor de meerwaarde.
  • Niet-wegneembare werken (bijvoorbeeld een nieuwe laag verf): deze vernieuwingen worden automatisch eigendom van de verhuurder. Maar ook over de betaling van deze werken, bestaat geen wet. Vaak wordt er bij die regeling onderscheid gemaakt tussen werken die nodig zijn (een muur herstellen), werken die nuttig zijn (een terras plaatsen) en luxewerken (een laminaatvloer vervangen door parket). De nuttige en nodige werken worden dan vergoed, maar luxewerken niet.

Dus?

Een gouden raad van Zimmo: wil je gaan verbouwen als huurder, laat de werken dan opnemen in je huurcontract. Zo ben je zeker dat je materialen en werkuren (deels) vergoed worden, en hoef je je aanpassingen niet teniet te doen wanneer je verhuist.

Auteur: SDC
Bron: wonenvlaanderen.be

Share.