Een tweede verblijf aan de kust of in de Ardennen: het blijft de droom van vele Belgen, ook al neemt de verkoop de laatste jaren volgens cijfers van notaris.be in beide regio’s af. Notaris Bart Van Opstal, woordvoerder van notaris.be, vertelt je graag waar je zoal op moet letten bij de aankoop van een extra woning of appartement.
Wees realistisch over de meerwaarde
Is een tweede verblijf een slimme investering? Het is wellicht de belangrijkste vraag van mensen die het overwegen. ‘Koop je puur om financiële redenen? Weet dan dat een appartement aan de zeedijk van een miljoen euro waarschijnlijk nooit het huurrendement zal halen om zo’n investering te rechtvaardigen’, vertelt notaris Van Opstal. ‘Maar koop je een appartement aan zee, geniet je er samen met de familie 20 jaar van, verhuur je het af en toe aan anderen om de kosten wat te dekken en verkoop je het uiteindelijk weer? Dan heb je een goede belegging gedaan.’
Hoeveel die meerwaarde zal zijn, is moeilijk op voorhand in te schatten. Wat wel algemeen aangenomen wordt: een nieuwbouw levert de eerste jaren geen meerwaarde op omdat er 21% BTW is betaald, aan zee verkoopt een appartement met garage altijd beter dan eentje zonder en: de ligging blijft alles. ‘Een boutade, maar correct’, zegt notaris Van Opstal. ‘Voor een goede ligging betaal je vaak meer, maar het levert een grotere meerwaarde op.’
Nutsvoorzieningen
Ook al ben je er maar enkele weken of maanden per jaar: in je tweede verblijf heb je sowieso onderhoudskosten, moet je een brandverzekering afsluiten en moet er water, verwarming en elektriciteit betaald worden.
Wens je internet en televisie in jouw tweede verblijf? Dan hoef je niet per se een extra abonnement aan te schaffen. Naast alle mogelijkheden qua mobiele data en streamen voorzien de meeste providers verschillende oplossingen voor tweedeverblijvers, die je gewoon in je al bestaande contract kan opnemen.
Gemeenschappelijke kosten bij appartement en recreatiepark.
Kies je voor een appartement? Hou er rekening mee dat er altijd kosten zijn voor het onderhoud van de gemeenschappelijke delen zoals de lift, gang, dak of gevel, ook als je er maar enkele weken of maanden per jaar verblijft. Soms hebben de bewoners ook een renovatie goedgekeurd waar je als toekomstige medebewoner moet aan bijdragen.
‘De notaris is verplicht om bij zowel het tekenen van het compromis als de akte steeds de verslagen van de syndicus op te vragen’, aldus notaris Van Opstal. ‘Je wordt als koper dus steeds ingelicht, maar het kan geen kwaad om al bij de zoektocht rekening te houden met deze kosten.’
Ook aan woningen in een vakantie- of recreatiepark zijn kosten verbonden. ‘Logisch, eigenlijk is dat een horizontaal appartementsgebouw’, merkt notaris Van Opstal op. ‘Er zijn ook gemeenschappelijke delen zoals weggetjes en nutsvoorzieningen. De maandelijkse kosten zijn sterk afhankelijk van het park en het aantal bewoners, maar reken minstens op enkele tientallen euro’s per maand’.
Belasting op tweede verblijf
Als inwoner van een gemeente en provincie betaal je gemeente- en provinciebelastingen, maar dit gebeurt op basis van je domicilie. Heb je een tweede verblijf, dan ben je daar doorgaans niet gedomicilieerd en moet je dus die gemeente- en provinciebelasting niet betalen.
Veel gemeenten en provincies heffen daarom – naast de gebruikelijke forfaitaire milieu- of huisvuilbelasting en de kosten van bewonerskaarten voor parkeren – een belasting op tweede verblijven (vaak juridisch vertaald als ‘woningen zonder inschrijving in het bevolkingsregister’).
Deze belasting wordt juridisch vaak betwist, zeker in gemeenten waar de gemeentebelasting voor inwoners laag liggen. En ook al kan je er bezwaar tegen aantekenen: je moet de belasting voorlopig alsnog betalen. Ter illustratie: in Gent bedraagt die voor 2024 bijvoorbeeld 1.636 euro, in Knokke 800 euro per jaar. In de Ardennen hangt het af van gemeente per gemeente, met bedragen die tot 600 euro gaan (Durbuy en Houffalize) afhankelijk van de grootte van de woning.
Onroerende voorheffing
Daarnaast moet je natuurlijk ook op je tweede verblijf jaarlijks de onroerende voorheffing betalen. Net als bij je gezinswoning wordt deze berekend op het geïndexeerd kadastraal inkomen of KI (fictieve netto huuropbrengst).
Er is wel een belangrijk verschil: waar je bij een gezinswoning korting kan krijgen als je bijvoorbeeld kinderen ten laste hebt, is dat bij een tweede verblijf niet het geval. Eveneens belangrijk: de onroerende voorheffing is een gewestelijke belasting waarop ook nog eens provinciale en gemeentelijke belastingen (of ‘opcentiemen’) gehoffen worden.
Het is dus onmogelijk te zeggen hoeveel je precies zal moeten betalen, want dat hangt volledig af van de gemeente (en dus gewest) waar jij jouw tweede verblijf koopt. Je kan alvast een kijkje nemen op de website van het Vlaams Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of het Waals Gewest voor meer informatie.
Personenbelasting
Ook in je personenbelasting word je belast op je tweede verblijf. De berekening hier is als volgt:
- Geniet je zelf van je tweede verblijf of verhuur je het privé? Dan is het belastbaar onroerend inkomen voor je tweede verblijf gelijk aan het geïndexeerd kadastraal inkomen van de woning (= indexatiecoëfficiënt voor inkomsten 2024: 2,1763) x 1,4
- Verhuur je jouw tweede verblijf professioneel (bijvoorbeeld voor je eigen professionele activiteiten of aan iemand die er zijn of haar beroep uitoefent)? Dan worden de werkelijke huurinkomsten gebruikt voor je belastbaar onroerend inkomen
Op de website van de FOD Financiën vind je alvast precies hoe je alles moet aangeven in je belastingsaangifte.
Zijn er ook fiscale voordelen?
Tot begin dit jaar kon je jouw kapitaaloflossingen inbrengen in jouw belastingsaangifte en zo een belastingvermindering verkrijgen, maar dit werd afgevoerd. Dat maakt dat er momenteel helaas niet zo veel fiscale voordelen meer zijn bij de aankoop van een tweede verblijf.
Je mag wel nog steeds je intresten aftrekken van de verschuldigde belasting op het totale kadastraal inkomen, maar dit is vooral fiscaal interessant als je geen krediet (meer) hebt lopen voor je eerste verblijf. Is dat wel nog het geval, dan wordt die belasting op het KI immers vaak al door de intresten van die eerste lening geneutraliseerd en kan je de intresten van de tweede lening dus nergens meer van aftrekken.
Met dank aan: Notaris Bart Van Opstal en notaris.be