Een huis voor 100.000 euro: het kan!

Share.

Je leest en hoort het vandaag de dag overal: een eigen huis is voor jonge mensen niet meer te betalen. Het lijkt alsof onze ouders en grootouders zich zonder enig probleem een huis konden permitteren. Maar lag dit enkel aan de huisprijzen of aan hun zuinigere gewoontes? Zou je anno 2018 toch nog een huis kunnen bouwen voor pakweg 100.000 euro? We zoeken het even uit.

Ga compact wonen

Een kleine, zeer simpele woning is altijd een optie. Met basiscomfort, een slaapkamer voor de ouders en een klein kamertje voor één of twee kinderen. Geloof het of niet, soms vind je dit nog voor rond de 100.000 euro (uiteraard exclusief bouwgrond en met een beetje zoeken naar de juiste bouwfirma). De afbetaling komt ongeveer overeen met wat je normaal aan huur betaalt.

Je bezit dan trouwens een woning die écht goed in de markt ligt: veel gescheiden mensen zijn op zoek naar een kleinere, goedkope woning. Ook mensen van wie de kinderen het huis uit zijn, willen vaak kleiner gaan wonen.

Flexibiliteit in materialen

Maar heb je dan ook kwaliteit? Paul Vandenbussche van Teema architecten aarzelt. “Een kwalitatief hoogstaande woning voor 100.000 euro? Volgens mij kan het – net – maar dan moet je wel de extremen opzoeken. Je moet bijvoorbeeld extreem flexibel zijn qua materialen. Zo hebben we ooit beslist om een muur van mooie snelbouwsteen niet te bezetten, maar er een stalen trap tegen te plaatsen, wat voor een geweldig effect zorgde.”

“Ook in de planlogica moet je erg ver gaan: je moet durven kiezen voor goed werkende ruimtes in plaats van die dure vloer die je in gedachten had. Kwaliteit staat vaak los van de prijs van het materiaal. Met goedkoper, simpeler materiaal kan je een even goede uitstraling en beleving bereiken. Goede architectuur moet niet duur zijn. En dure architectuur is vaak niet zo goed. Het vraagt wel een grote soepelheid van de klant en hij moet zich in het concept kunnen vinden. Een woning is tenslotte een mantel rond de mens.”

Wetten in de weg

Vandenbussche is al twintig jaar bezig met het betaalbaar houden van kwalitatieve architectuur, en ziet het steeds moeilijker worden. “Een woning van 160.000 à 200.000 euro geldt op ons kantoor tegenwoordig als low budget. Maar het wordt elk jaar duurder. Onder meer door de groene verplichtingen, zoals de EPB-normen. Ik denk zelf behoorlijk groen en ecologisch, maar daar schort toch wat aan. Aan de regelgeving en de politieke keuzes mag er nog flink gesleuteld worden. Dan krijg je betaalbare woningen met bijvoorbeeld minder technieken zoals warmtepompen en D-ventilatie, maar met een erg klein verbruik en een kleinere ecologische voetafdruk in de productie. Zo blijven ze betaalbaar.”

Anders gaan wonen

Onze vrienden van de overheid blijken wel vaker in de weg van betaalbaar wonen te staan. Vandenbussche: “Je zou verkavelingen kunnen herbekijken. Moeilijk verkoopbare villa’s omvormen tot meerwoonst- of kangoeroewoningen. Of extra woonunits op hetzelfde grote kavel toestaan, met een extra sociale dimensie, zoals bejaardenwoningen met zorgondersteuning. Op die manier is de wijk ook overdag bevolkt. Maar dat ligt momenteel stedenbouwkundig erg moeilijk.”

“Ook dorpskernen moeten dringend aangepakt worden, zodat het er aantrekkelijk, betaalbaar wonen is”, aldus Vandenbussche. “Er moeten panden komen die nu eens kunnen dienen als winkel, en dan weer als woning. En boven winkels is er nu vaak ruimte die leegstaat, daar kunnen betaalbare woningen komen in een nieuw concept van winkelstraat. Maar ook daarvoor moet de wet flexibeler worden.”

Nòg goedkoper?

Is 100.000 euro te veel? Goed nieuws: het kan nog goedkoper. In tiny houses bijvoorbeeld: extreem compact ontworpen huisjes voor één à twee personen. Je vindt er alles op een oppervlakte van niet meer dan 15 à 25 vierkante meter. Een zelfbouwpakket kost je zo’n 15.000 euro. De ‘beweging’ is ontstaan in de VS en is ook in Nederland erg populair. Dichter bij de natuur leven voor een prikje, waarom zou je nog twijfelen?

Samenhuizen

Last but not least: ook samenhuizen kan een financieel interessant alternatief zijn: je woont in je eigen huisje of appartement in een groter geheel (vaak een oud fabriekspand, een grote boerderij, of nieuwbouwproject) en deelt een aantal gemeenschappelijke faciliteiten, zoals een wasplaats, een tuin, logeerruimte, en soms zelfs auto’s of (elektrische) fietsen. Snel even kinderopvang nodig? No worries, er is altijd wel iemand in de buurt.

Auteur: PJG

Share.